Ontbrekende plugin: Macromedia Flash player


Klik hier om de Adobe Flash Player te downloaden, om uw ervaring van het bezoek van onze site te optimaliseren. Deze plugin kan U gratis en vooral zonder risico downloaden.

Juridische info

Juridisch comfort

Pakket 2014
Bekijk via onderstaande link welke voordelen dit pakket voor u kan bieden!

» Meer info

Juridische kalender

Onderstaand vindt u onze juridische sociale kalender.

Ma Di Wo Do Vr Za Zo
  123456
78910111213
14151617181920
21222324252627
28293031

 Blijf op de hoogte

Wenst u onze informatie per mail te ontvangen? Schrijf u dan nu in via uw gratis my.easypay-group account.

  • Actualiteit: Nieuwsflashes
  • Publicaties

Actualiteit: Nieuwsflashes

PC 322.01: Sectorakkoord 2009-2010 / Wijzigingen in de regelgeving

28/08/2009

Deze Flash betreft de voornaamste punten uit het sectorakkoord van de CAO-onderhandelingen in het PC 322.01 voor de periode 2009-2010 en diverse wijzigingen in de regelgeving voor dienstencheques.

1. Sectorakkoord 2009-2010

Er werden recent diverse akkoorden gesloten binnen paritair comité 322.01.  Één CAO werd momenteel nog niet bekrachtigd, namelijk de CAO die de terugbetaling regelt van de verplaatsingskosten gemaakt tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling.  Vanaf het moment dat deze CAO werd ondertekend, zullen wij u hierover onmiddellijk berichten.

Hieronder vindt u een beknopte toelichting van de afgesloten akkoorden:

1.1 Bepalingen van toepassing vanaf 1 juli 2009

1.1.1 Terugbetaling van de verplaatsingskosten

De terugbetaling van de verplaatsingskosten voor boodschappen in opdracht van de klant is gewijzigd vanaf 1 juli 2009.
De werkgever dient tussen te komen in de kosten vanaf de eerste kilometer, in functie van het gebruikte vervoermiddel:
•    Openbaar vervoer: Terugbetaling aan 100% van de werkelijke vervoerskosten.
•    Fiets: Terugbetaling aan 0,20 euro per kilometer.
•    Andere privé vervoermiddelen: Terugbetaling aan 0,2156 euro per kilometer.

1.1.2 Loonbarema’s

Er werd een bijkomend barema ingevoerd vanaf het 3de jaar anciënniteit.  Vanaf 1 juli 2009 is m.a.w. het onderstaande barema van kracht:

Bij aanvang 9,48 euro / uur
Vanaf het eerste jaar anciënniteit 9,85 euro / uur
Vanaf het tweede jaar anciënniteit 9,98 euro / uur
Vanaf het derde jaar anciënniteit 10,08 euro / uur

1.1.3 Economische werkloosheid

De werknemer heeft recht op een aanvullende vergoeding ten bedrage van 1,50 euro per werkdag die niet werd gepresteerd wegens economische werkloosheid met een maximum van 18 euro per jaar.  Deze aanvullende vergoeding is ten laste van de werkgever.

1.1.4 Arbeidskledij

De werkgever dient gratis werkkledij te verschaffen aan zijn werknemers, vanaf het begin van hun werkzaamheden, en blijft er eigenaar van. De werkgever dient eveneens te zorgen voor het onderhoud en het herstellen van de arbeidskledij, en voor de tijdige vernieuwing ervan.  

Als de werkgever hiervoor niet instaat, mag de werknemer zelf instaan voor de reiniging.  Dit op voorwaarde dat uit de risicoanalyse is gebleken dat de werkkledij geen enkel risico vormt voor de werknemer en zijn omgeving. In dit geval dient de werkgever een vergoeding te betalen aan de werknemer ten bedrage van 0,10 euro per aangevatte arbeidsdag (0,20 euro per aangevatte arbeidsdag vanaf 1 juli 2010).

1.1.5 Brugpensioen 58 jaar

De minimumleeftijd voor het conventioneel brugpensioen wordt 58 jaar tot 30 juni 2011, daarbij rekening houdend met de wettelijke voorwaarden en voor zover de betrokkene een anciënniteit heeft in de onderneming van minimum 2 jaar op het ogenblik van het ontslag.

De aanvullende vergoeding wordt berekend overeenkomstig de bepalingen van CAO nr. 17 van de Nationale Arbeidsraad.  In afwijking hiervan dient de aanvullende vergoeding te worden berekend op basis van het gemiddelde van de lonen die de werknemer heeft ontvangen gedurende de twaalf maanden voorafgaand aan het brugpensioen en niet op basis van het loon van de refertemaand.

1.1.6 Tijdskrediet

De duur van de uitoefening van het recht op tijdskrediet voor volledige schorsing en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking wordt verlengd tot een maximumperiode van 5 jaar over de gehele loopbaan.

Er werd uitdrukkelijk overeengekomen dat 50 plussers, die een 1/5de loopbaanvermindering uitoefenen of hebben aangevraagd, niet langer meetellen voor de berekening van de 5%-drempel.

1.2 Bepalingen van toepassing vanaf 1 oktober 2009

1.2.1 Terugbetaling van de verplaatsingskosten

De terugbetaling van de verplaatsingskosten gemaakt tussen de woonplaatsen van opeenvolgende gebruikers worden gewijzigd vanaf 1 oktober 2009.

De werkgever dient tussen te komen in de kosten vanaf de eerste kilometer, in functie van het gebruikte vervoermiddel:     
  • Openbaar vervoer: Terugbetaling aan 100% van de werkelijke vervoerskosten
  • Fiets: Terugbetaling aan 0,20 euro per kilometer
  • Privé vervoermiddelen: 0,13 euro per kilometer (als de afstand lager of gelijk is aan 15 km).  0,15 euro per kilometer (als de afstand hoger is dan 15 km).   

1.2.2 Verplaatsingstijd

De verplaatsingstijd dient eveneens vergoed te worden als de werknemer achtereenvolgens verschillende gebruikers bedient.  Dit ten bedrage van 0,0744 euro per kilometer (met een maximum van 0,50 euro per verplaatsing).  Deze regelgeving is van toepassing indien:
  • er niet meer dan twee uur ligt tussen het einde van de prestaties bij de ene gebruiker en het begin van de prestaties bij de volgende gebruiker;
  • de afstand méér dan één kilometer bedraagt.
Dit bedrag wordt eveneens geïndexeerd op het moment dat de lonen worden geïndexeerd.  

1.3 Bepalingen van toepassing vanaf 1 januari 2009

1.3.1 Syndicale premie

De CAO gesloten op 10 mei 2007 betreffende de uitbetaling van een syndicale premie door het fonds werd als volgt gewijzigd:

Bedrag: 65 euro voor het jaar 2009 / 80 euro voor het jaar 2010.

1.3.2 Vorming

Verhoging van de participatiegraad inzake vorming met 15% over 2009-2010.  Aan de werknemers dient een collectieve vormingstijd te worden toegekend op het niveau van de onderneming.  Dit dient per jaar als volgt te worden berekend: aantal werknemers tewerkgesteld op 1/1 van het jaar, uitgedrukt in voltijdse equivalenten, vermenigvuldigd met 10 uur.

Voor de ondernemingen waar, in het kader van hun vormingsbeleid, reeds een vormingstijd, een recht op vorming of een vormingskrediet wordt toegekend, maakt deze nieuwe regel integraal deel uit van de bestaande maatregelen.

1.3.3 Eindejaarspremie

De CAO gesloten op 10 mei 2007 betreffende de uitbetaling van een eindejaarspremie door het fonds werd als volgt gewijzigd:
  • Er worden 26 dagen tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen gelijkgesteld voor de berekening van de drempel van 65 dagen (voorheen geen gelijkstelling);  
  • Verhoging van het percentage tot 4,15% (voorheen 4%) (Vanaf 2010);
  • Volledige gelijkstelling voor de periode van moederschapsrust voor het bedrag van de eindejaarspremie (voorheen geen gelijkstelling) (Vanaf 2010).

2. Arbeidsvoorwaarden

2.1 Proefperiode

De proefperiode van de arbeidsovereenkomst dienstencheques gesloten voor bepaalde tijd zal vanaf 1 september 2009 worden geregeld door de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.  Concreet betekent dit het volgende:
  • De duur van de proefperiode bedraagt minimum 7 dagen en maximum 14 dagen.
  • Het proefbeding moet schriftelijk worden vastgelegd en moet de duur preciseren.
  • De duur van de proefperiode wordt verlengd met elke schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst die zich voordoet tijdens de overeengekomen periode.  Deze verlenging kan niettemin nooit langer zijn dan 7 dagen.

2.2 De beëindiging van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd

Vanaf 1 september 2009 zal de beëindiging van de arbeidsovereenkomst dienstencheques gesloten voor bepaalde tijd worden geregeld door de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.  Concreet betekent dit het volgende:
  • Het is niet langer mogelijk om door middel van een opzegging een einde te stellen aan de arbeidsovereenkomst dienstencheques gesloten voor bepaalde tijd.  Het is echter wel mogelijk deze arbeidsovereenkomst te verbreken.  De partij die dit inroept dient een vergoeding te betalen aan de andere partij die gelijk is aan het bedrag van het loon dat nog verschuldigd is tot het einde van de in de overeenkomst vermelde duur.  Dit bedrag mag niet meer bedragen dan het dubbele van het loon dat correspondeert met de duur van de opzeggingstermijn die gerespecteerd had moeten worden wanneer de overeenkomst gesloten zou zijn geweest voor onbepaalde duur.

2.3 Onderscheid tussen categorie A en B wordt afgeschaft

Vanaf 1 september 2009 maakt men niet langer een onderscheid tussen werknemers van categorie A en B.  Concreet betekent dit het volgende:
  • Sluiten van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten van bepaalde duur
    Indien opeenvolgende arbeidsovereenkomsten van bepaalde duur een aaneensluitende periode van 3 maanden niet overschrijden, is er geen verplichting om een contract van onbepaalde duur af te sluiten.  Dit geldt vanaf de eerste Dimona-aangifte die door eenzelfde werkgever wordt uitgevoerd.
    Deze regelgeving is van toepassing voor alle werknemers.
    Vanaf de eerste gewerkte dag van de vierde maand te rekenen vanaf de eerste Dimona door eenzelfde werkgever, zijn de partijen verbonden door een arbeidsovereenkomst dienstencheques gesloten voor onbepaalde duur.
  • Grens van minimum 3 uur per prestatie
    De aangevangen werkperiode moet voor elke dienstencheque-werknemer minimum 3 uren bedragen.
  • Minimum arbeidsduur per week:
    Tijdens De eerste 3 maanden te rekenen vanaf de eerste Dimona door eenzelfde werkgever
    Een arbeidsovereenkomst dienstencheques kan worden gesloten voor minder dan 1/3 van de wekelijkse arbeidsduur van een voltijdse tewerkstelling.

    Vanaf de eerste gewerkte dag vanaf de vierde maand volgend op de eerste Dimona door eenzelfde werkgever
    13 uren voor de dienstencheque-werknemers die nog aanvullende uitkeringen genieten.
    10 uren voor alle andere dienstencheque-werknemers.

2.4 Overgangsbepalingen

Indien de eerste Dimona-aangifte door de werkgever gebeurt na de inwerkingtreding van de nieuwe reglementering (vanaf 1 september 2009) is de nieuwe wetgeving onmiddellijk van toepassing.

Indien de eerste Dimona-aangifte werd gedaan vóór 1 september 2009, voorziet men in een overgangsregeling van 4 maanden.  Bijgevolg zijn de volgende situaties mogelijk:

  • De partijen kunnen, op basis van de oude regelgeving, opeenvolgende arbeidsovereenkomsten sluiten van bepaalde duur voor een periode die een einde neemt tussen 1 september en 31 december 2009.
    Indien de werkgever de arbeidsovereenkomst wenst verder te zetten, zal hij de nieuwe arbeidsbepalingen moeten naleven.
  • De partijen kunnen, op basis van de oude regelgeving, opeenvolgende arbeidsovereenkomsten van bepaalde duur sluiten voor een periode die verder loopt dan 1 januari 2010.
    De nieuwe bepalingen dienen te worden gerespecteerd vanaf 1 januari 2010.  Dat impliceert dat er een arbeidsovereenkomst voor een onbepaalde duur zal moeten gesloten worden vanaf 1 januari 2010.
  • De partijen hebben een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur gesloten voor de inwerkingtreding van de nieuwe bepalingen.
    De nieuwe bepalingen dienen te worden gerespecteerd vanaf 1 januari 2010.
  • Werknemers die geen aanvullende uitkering genieten en die momenteel minder dan 10 uren per week presteren.
    Er is een overgangsperiode van 1 jaar voorzien.  De werknemer moet dan wel
    1) in de periode 01/06/2009 – 31/08/2009 verbonden zijn geweest door een arbeidsovereenkomst dienstencheques;
    2) tewerkgesteld blijven bij dezelfde dienstenchequeonderneming;
    3) aan de werkgever uitdrukkelijk te kennen geven dat hij het aantal uren in de bestaande arbeidsovereenkomst wil behouden.
Voor verdere informatie staan wij steeds tot uw beschikking.